USAR.NL Nieuwsbrief nr. 2 - juni 2007

Voor u ligt de 2e USAR nieuwsbrief van dit jaar. Op het moment dat deze nieuwsbrief onder uw aandacht verschijnt, ligt de jaarlijkse buitenlandoefening net achter ons. Een oefening die een afwijkend karakter had van die van de voorgaande jaren. Buiten het trainen van de vaardigheden en onderlinge samenwerking stond de oefening dit jaar tevens in het teken van de Accreditatie. Een 7-koppig VN-team onder leiding van Ted Pearn nam ons USAR-team gedurende de oefenweek kritisch onder de loep. Het achterliggende doel hiervan was te komen tot een kwalificatiebepaling van ons team op basis van de INSARAG-richtlijnen (light, medium of heavy team). Dankzij de inspanning van de oefenleiding, deelnemende USAR-leden, chauffeurs en de medisch manager staan we per 7 juni 2007 te boek als een Heavy-team. Een kwalificatie die wereldwijd slechts is weggelegd voor twee andere teams. Een resultaat waar we met zijn allen trots op mogen zijn. Langs deze weg spreek ik naar een ieder de felicitaties uit. Tevens wil ik jullie bedanken voor de geweldige prestatie en inzet. Deze nieuwsbrief zal daarom in het teken staan van de oefening. Aan het woord komen Arjan Stam en Jan Bron in hun rol als C1 en C2. Tevens zullen twee medewerkers uit het team een impressie van de oefening geven. Teneinde de oefening nog een beetje te herbeleven, verwijs ik jullie eind deze week naar de internetsite van USAR.NL. De filmopname van Marcel van Vught geeft een goede weergave van de oefenweek. Kortom: veel lees en kijkplezier gewenst.

Huub van der Weide

Plv. algemeen commandant

Inhoudsopgave
De buitenland oefening juni 2007
De C1 en C2 aan het woord:

De oefenleiding had de naam, locatie en start van de oefening voorafgaand goed geheim gehouden. Op zondagmiddag 3 juni ongeveer 16.00 uur werden wij door onze Landelijk commandant Rob Brons gebeld. Er had een zware aardbeving plaatsgevonden in Zuidwest Polen, waarbij ook delen van Duitsland en Oostenrijk waren getroffen. Naar aanleiding van deze melding hebben wij contact met elkaar opgenomen en besproken wat onze eerste acties zouden worden. Na terugkoppeling met Rob besloten wij ons op het Logistiek Centrum Zoetermeer (LCZ) verder voor te bereiden op een mogelijke inzet. Dit kon niet zonder de inzet van het LCZ en de commandanten Ondersteuningsgroep, Stafgroep en de informatieofficier. Om ca 17.30 uur kwamen wij bijeen in Zoetermeer en startten onze voorbereidingen op het gebied van personeel, materieel, vervoer en het verzamelen van informatie.

Toen duidelijk werd dat er een grote kans bestond te worden ingezet, zochten we contact met de commandanten van de reddingsgroepen om hun teamleden te informeren en te laten rusten. Inmiddels waren op het LCZ de mensen van een mogelijk kwartiermakerteam aangekomen (om indien mogelijk eerder te vertrekken.) Tot het moment van alarmeren hebben we op stretchers van het LCZ nog een paar uur kunnen rusten.

Om ca 01.30 uur maandagmorgen werd het team gealarmeerd. Helaas verliep de alarmering niet vlekkeloos. Een goede aanleiding om hier op korte termijn iets aan te doen. Uiteindelijk stond om ca 05.30 uur het hele team inclusief materialen na een medische check (denk om je vaccinatie boekje) gereed voor vertrek. Voor die tijd hield Rob nog een inleiding, waarbij hij ook het observatieteam van de VN introduceerde. Het ging immers niet alleen om de jaarlijkse oefening van USAR.NL. Het was ook een toets of wij voldoen aan de eisen die worden gesteld aan een heavy-team (volgens de richtlijnen van de daarvoor geldende INSARAG Guidelines van de VN).

Om ca 05.30 uur vertrok het team naar het inzet gebied. Omdat Polen binnen de grondcirkel ligt gingen we met vervoer over land (5 kleine busjes, een personenauto, een grote bus en 2 vrachtauto’s). Onderweg werden we aangehouden door 2 motoragenten die zich uitgaven als medewerkers van de Poolse douane. Paspoorten en papieren werden gecontroleerd. Dat waren we niet gewend, het bleek dan ook dat niet alle vervoersbewijzen in orde waren. Toch mochten we verder.
Na een aantal uren rijden, kwamen we al aan op de plaats van inzet. De kwartiermakers waren ons vooruit gesneld en hadden al gekeken naar het inzetgebied en een mogelijke locatie voor het kamp. Het leek verdacht veel op een bekend oefencentrum, waar wel veel werk van was gemaakt om er een waar aardbevingsgebied van te maken.

Tot de vraag voor inzet kwam, werd er hard gewerkt om het kamp op te zetten. Helaas bleken op de plek waar de tentjes stonden veel teken te zitten, een aantal exemplaren gaf er al snel blijk van onze komst niet op prijs te stellen. Na het verplaatsen van de tentjes naar een locatie waar alleen beton-teken overleven, kwam al snel het verzoek om in te zetten. Omdat er meerdere inzetlocaties waren, werd besloten alle reddingsgroepen in te zetten. Dat bleek de eerste beproeving voor de Ondersteuningsgroep. Er werd veel materieel mee genomen naar het inzetgebied. Na deze stofwolk operatie kon de Ondersteuningsgroep de boel opnieuw inrichten. Helaas bleek niet alle opgegeven inventaris te zijn meegekomen. Dan is het fijn dat de afstand niet al te groot was en nazending mogelijk bleek.

Vanaf dat moment was het team continue aan het werk. Ondanks de weinige uurtjes rust merkten we dat het team in een ritme kwam dat een aantal dagen goed was vol te houden. Het VN observatie team deed inmiddels zijn werk op het inzetterrein, bij de Ondersteuningsgroep, de Stafgroep en het commando. Er werden veel vragen gesteld. Ook werd het team op de proef gesteld door een aantal incidenten, zowel play als no-play. Een collega kwam ten val en moest worden opgenomen in de medische tent (no-play). Een andere collega kreeg hartproblemen (play) en werd zelfs afgevoerd naar het ziekenhuis. Wat een toneelspelers kent het team. Toen plotseling een naschok, zowel in het kamp als op het inzetterrein. Tot slot werd melding gemaakt van een zieke thuis. Op al deze incidenten werd goed gereageerd (volgens het observatieteam). Het team werkte echt hard, de 10 dagen konden we zo wel redden.

Wat niemand had verwacht gebeurde toch: “Een volgende aardbeving en wel in Nederland”. De provincie Utrecht werd getroffen. Na dit bericht werd uiteraard geïnformeerd naar de situatie in Zuid-Holland waar de meesten van ons wonen (Hoe zou het zijn met onze familie). Gelukkig ging het volgens zeggen van het LOT goed met onze geliefden in Nederland. Wel kwam het verzoek om te verplaatsen naar Nederland, naar de omgeving van Amersfoort. Er was nog 1 reddingsteam aan het werk, maar door de overige leden van het team werd al driftig ingepakt en na krap 3 uur kon het team vertrekken naar de nieuwe inzetlocatie. Een kwartiermakerteam snelde ons vooruit. Na een voorspoedige rit kwam het team aan op een oefenterrein naast de Bernard kazerne in Amersfoort. Een prachtige plek om het kamp op te slaan. Het inzetgebied lag bij Crailo.
Op deze plek moest een ontvangst receptie voor binnenkomende internationals teams en een operationeel coördinatiecentrum (OSOCC) worden ingericht, waar diverse buitenlandse teams zich kwamen melden om bijstand te verlenen.

Op het terrein van Crailo konden de reddingsgroepen zich nog uitleven op stutten, schoren en werken op hoogte. Dat zijn wel onderdelen waar we nog wat kunnen leren.

Inmiddels had het observatieteam voldoende gezien om een eindbeoordeling te maken. Het duurde allemaal wel heel erg lang voordat zij het rapport klaar hadden. Zouden we dan toch niet voldoen? De voorzitter van de commissie wilde met de groep van commandanten spreken. Het verlossende woord kwam. USAR.NL voldoet aan de kwalificaties die gesteld worden aan een heavy team en schaart zich daarbij in een select gezelschap. Gefeliciteerd, een hele prestatie voor een team dat nog maar zo kort bestaat. De genoemde opmerkingen (verbeterpunten) nemen we uiteraard serieus. Het beste compliment was misschien wel dat het observatieteam ons zag als een eenheid, waarbij van verschillende achtergronden van de deelnemers weinig tot niets te merken was.

Zo kwam er een eind aan de oefening 2007. Een goede oefening, met dank aan de oefenleiding. Met mooi weer. Tot slot willen wij alle deelnemers bedanken voor hun inzet.

Arjan Stam
Jan Bron

terug naar inhoudsopgave

Een reddingsmedewerker aan het woord
Rotterdam Rijnmond/Bravo team/Pierre Janssen

3 juni: de jaarlijkse oefening. Waar? Dat was “top secret”. In de loop van de dag kregen we een telefoontje dat er wat ging gebeuren; via de mail werd vermeld waar en hoe laat we aanwezig dienden te zijn. We werden dus niet opgepiept. Om 02.00 uur verzamelden we op de kazerne Ridderkerk waar vandaan we vertrokken naar Zoetermeer. Na goed door de dokter te zijn gecontroleerd, vertrokken we naar het rampgebied.
In konvooi op naar Polen (wat later Wesel in Duitsland bleek te zijn). In Wesel bouwden wij ons basiskamp op een militair complex. Zoals hierboven staat genoemd zorgde klein gespuis voor de nodige commotie en extra werk.
De oefeningen zelf waren goed. We waren in eerste instantie sceptisch over de locatie Wesel: we kennen dit terrein als onze broekzak. Maar de Oefenstaf wist dit ook en heeft e.e.a. veranderd. Onze Ralph van THW heeft dit met veel plezier (of leedvermaak?) gedaan.

De eerste klus liep anders dan gepland. Na een uurtje inzet kwam onze, toen nog vriend Ralph, ons vertellen dat die rode linten voor ons waren bedoeld en we dus een andere ingang moesten vinden. Plannen zijn er om aan te passen en dus zijn wij lachend opnieuw begonnen. Op een gegeven moment hadden we een inzet in een pand waar we alleen via een raam op de derde verdieping in konden. Onze ladders waren uiteraard te kort. Maar er werd gewoon een ladder gemaakt, het zag er niet uit maar was heel stevig (Arbo-veilig en TUV gekeurd).
De mensen van de VN stonden met verbazing te kijken wat wij fabriceerden en ook daadwerkelijk gebruikten. Uiteraard liep deze inzet als een geoliede machine.

De avondoefening in Bocholt was voor ons een fluitje van een cent. We kregen de opdracht om het werk van een andere reddingsgroep af te maken (slachtoffer aan het einde van het gangenstelsel achter 2 stalen h-binten die doorgezaagd moesten worden). Alleen lastig dat de zaagjes heel snel bot waren. Op wonderbaarlijke wijze kwamen we toch door het staal heen (helaas was het accreditatie team niet aanwezig). Na afloop stond er een lekker bakje soep klaar die door onze verpleegkundige ter plaatse met liefde werd bereid. Wat ze bij meerdere oefeningen deed.

Onvergetelijk was ook onze nachtelijke inzet op een L-vormige bergpuin. Overdag hadden we Ralph al bezig gezien met zijn collega’s, o wat hadden ze een lol. Hij had het hele oefencentrum afgezocht naar puin en huishoudelijk afval en daar in gestort. We moesten om de weg vrij te maken eerst een betonnen zuil van 1 meter in het vierkant en 3 meter lang weg halen met de tirfort takel. Toen deze klus was geklaard, kwamen we in een kelder uit waar we met de betonzaag naar boven moesten, door een stelcon plaat van 20 cm. Gaat goed als je klein bent maar niet als je het formaat van een van onze teamleden hebt.

Uiteraard werd veel gelachen. Nadat we een mooi stuk los zaagden, hebben we deze met stempels omhoog getild en netjes aan de kant geschoven. Na bijna 2 uur konden we naar de 2e stelcon plaat, waar we van bovenaf een mooi gat in maakten. Hierbij werden we geconfronteerd met het met liefde gemaakte kunstwerk van Ralph: “een bak klein en fijn gemaakt puin”. Origineel handwerk (door het water van de betonzaag en gruis helemaal ingeklonken). Hiermee verging het lachen ons wel wat meer. Tussen dit puin zat 1 groot blok beton muurvast. We braken het blok in tweeën in de volle overtuiging deze er wel even uit te halen. Niet dus: ze zaten muurvast, geen beweging in te krijgen! Op dat moment overwon onze vechtlust, al moesten we nog uren doorgaan: het blok zou eruit gaan. De aflossing was inmiddels gearriveerd maar moest nog even wachten. Met vereende krachten zag het eerste deel weer daglicht wat gevolgd werd door een moment van ontlading en voldoening. Dat zijn de momenten waarop je voelt: “wij zijn een team en kunnen alles aan”. Na het tweede deel te hebben verwijderd lieten wij ons aflossen. De inzet op deze locatie heeft zo’n 13 uur geduurd, Ralph en consorten hadden niet verwacht dat wij het binnen de gestelde 14 uur zouden redden. Na deze klus hebben we Ralph toegezongen: Ralph, Ralph alles ist voorbij”.

Tussendoor is door ons team nog medewerking verleend aan een extra oefening voor de staf en de verpleegkundigen. Ondergetekende kreeg een hartaanval. Wat water om een echte zwetende patiënt te lijken. Ik had het gevoel te zwemmen in de Middellandse zee, zoveel water kreeg ik over mij heen. Er werd door onze verpleegkundige op vakkundige wijze gereageerd. Ze heeft alles in de strijd gegooid om mij in leven te houden. Zelfs een infuus werd aangebracht. Overige verplegers boden de extra noodzakelijke hulp. Ik werd op een kruiwagen naar een busje gebracht en met hoge snelheid naar het basiskamp vervoerd, naar ons eigen ziekenhuis. Het leek zo levensecht dat verpleger Ruud dacht dat het om een no-play situatie ging. Het team was uiteraard helmaal van slag en kon niet meer verder werken. Aflossing werd ingezet. In ons eigen ziekenhuis werd meteen een hart filmpje gemaakt, waar bleek dat ik helemaal geen hart had. Na verloop van tijd kwam Jan Bron binnen en ging een gesprek met mij aan. Ruud deelde mee dat ik onder de pijnstillers zat, en niet tot praten in staat was. Hierop vertrok Jan.

Even later zag ik door een spleet van de tentdeur een rode 112 ambulance voorrijden. Nu leek ik in mijn eigen mes te vallen….. Ik werd door de verplegers onderzocht en gehoord. Ik spreek echter geen Pools. Ik werd op een brancard gelegd en afgevoerd, een wilde rit naar het ziekenhuis. Ze haalden echt alles uit de kast en constateerden ter plaatse dat ik wel een hart heb en kerngezond ben. Alleen de dienstdoende arts er van overtuigen dat ik niks had was nog een groot probleem. Hij wilde mij niet laten gaan. We moesten praten als brugman om daar weg te komen. Of zou hij wel iets gezien hebben? Nadat hij eindelijk van het spel overtuigd was (waar hij heel erg om moest lachen en ook nog even naar camera’s zocht) mochten wij weg. Uiteraard was iedereen in het basiskamp blij dat ik niets mankeerde. De verplaatsing naar Nederland werd lang geheim gehouden. Het bravo-team was de laatste dag al even op het basiskamp om te slapen. Naast onze tenten draaiden de motoren van de vrachtwagens en plaatste een bedrijf nieuwe lantarenpalen met de nodige Poolse herrie. Dus maar geprobeerd te slapen in de bus naar Bussum. De oefeningen in Crailo waren in mijn ogen niet zo heftig en van mindere kwaliteit dan in Wesel. Maar ten aanzien van verticale transporten kunnen we nog wel het een en ander leren evenals het werken op hoogte.

We hadden tijdens de oefendagen een commandant reddingsgroep uit Midden-Holland in ons midden. We hadden aan hem een zeer goede vervanger van onze eigen groepscommandanten. Het klikte meteen, van ons mag hij zo weer mee.
Tijdens de oefeningen was het heel grappig om dat Haagse accent te horen via te portofoons tussen het Rotterdams accent. De andere vervanger die wij hadden, was een administrateur die ingezet werd als reddingswerker wegens personele tekorten. Het mag gezegd worden: hij was vakbekwaam en stond zijn mannetje. Hij heeft nu ook de andere kant van de (staf)tafel gezien. We hebben veel van elkaar kunnen leren en e.e.a. schept een band.
Onze hondengeleider droeg ook super zijn steentje bij (wat hij kan is heel knap: staande slapen zonder om te vallen). De reddingshond was een lief beest die zijn ding fantastisch deed. En tenslotte onze pleeg. Ze kende nog niet iedereen uit deze reddingsgroep, maar had al gauw in de gaten wat voor vlees ze in de kuip had. Zij kan net als ondergetekende zo een rol krijgen in GTST. Had tijdens deze oefening de bijnaam “Vlo”, omdat ze vond dat ze te zwaar was, maar als je haar ging vergelijken met de rest van de groep de lichtste bleek. Ze hield het moreel hoog en als verpleger hebben we alle vertrouwen in haar (zie inzet: koken van water voor de inwendige mens). Tevens wist ze om te gaan met het zware gereedschap.

Recapitulerend: Wat heb ik/we geleerd tijdens deze oefening:

  • Mijn aardrijkskunde is niet goed: “Polen ligt in Duitsland”;
  • Aan de Nederlands Duitse grens lopen Poolse grenswachten in pakken van de Nederlandse politie;
  • We een cursus redden op hoogte moeten doen (rope resque);
  • Het handig is als er reserve kleding is. Lees overall, salopet, regenkleding;
  • Het gereedschap door reddingswerkers eens goed wordt door gelicht en indien nodig word gewijzigd of wordt aangevuld;
  • Het over de hele linie een leerzame oefening was, zwaar in de vorm van puin maar goed te doen wat betreft de oefeningen en de weinige hoeveelheid slaap. Het was weer een top week;
  • We lekker met elkaar hebben samengewerkt en we een gemotiveerd stelletje met zijn allen zijn.

En ik hoop nu met de certificering op zak, toch snel eens te worden uitgezonden. En ja we zijn nu niet zomaar een Usar Team, nee we zijn nu een Heavy Usar Team. Mensen uitkijken en tot ziens.

P.s.
Blijft nog steeds de vraag, wat doen we met de andere 65 collega’s die nu niet gecertificeerd zijn. Dit omdat wij nu jaarlijks als gecertificeerde onze oefeningen moeten doen.

terug naar inhoudsopgave

Een lid van de Oefenstaf/leiding aan het woord:
Ton Muilwijk

Dit jaar heb ik voor het eerst deelgenomen aan de oefenleiding/staf. Een groot voordeel hiervan is te zien hoe andere reddingsgroepen zaken en werkzaamheden aanpakken. Ik kreeg hierdoor een breder "USAR" beeld. Deze keer was het voor mij extra leerzaam doordat de mensen van het Accreditatieteam vragen stelden die mij aan het denken zette. Verder kreeg ik wel in de gaten dat het voorbereiden van zo'n oefening veel inspanning vergt. Ook tijdens de oefening moet er nog veel tussendoor worden geregeld. Dit komt omdat bij dit soort oefeningen alle niveaus en onderdelen van het team tegelijk worden beoefend. De oefenleiding moet dus kunnen anticiperen op datgene wat het team doet. Kortom: Ik kan deze rol iedereen aanbevelen. Zeer leerzaam!

terug naar inhoudsopgave

Overige mededelingen vanuit Bureau USAR:

Beheer Database;
Tot op heden wordt gebruik gemaakt van een databank waarin de persoonsgegevens van het personeel worden beheerd. We constateren dat er toch wel wat vervuiling ontstaat in de databank. Niet alle wijzigingen worden gemeld waardoor de databank niet gevuld is met de juiste gegevens. Bij oefeningen/inzetten kan dit tot problemen leiden. Daarom is besloten de medewerkers zelf verantwoordelijk te maken over de invoer van hun eigen persoonsgegevens in de databank. Op die manier beschikt USAR.NL op alle momenten over de juiste informatie. Door er een schakel uit te halen wordt de foutkans tevens verminderd. Het verzoek is aan een ieder om per 1 juli de persoonlijke gegevens te controleren en waar nodig te actualiseren. Gegevens ten aanzien van deelname aan oefeningen en inzetten zijn enkel raadpleegbaar. Eventuele fouten hierin kunnen worden gemeld bij Bureau USAR. Voorafgaand aan bovengenoemde datum ontvangt u per mail nadere instructies over de wijze van muteren en de benodigde gegevens. Tevens wordt u een gebruikersnaam en wachtwoord toegekend. Bij vragen kunt u contact opnemen met Ayten Reijers-Arslan.

terug naar inhoudsopgave